Recente overdenkingen

25 oktober 2021

Bekeren

6 juli 2021

Veel mensen verbergen hun zonden, leven in ontkenning en belijden hun zonden nooit. Belijden is de eerste stap naar bekering, maar dat alleen brengt geen blijvende verandering teweeg. Bekering betekent letterlijk dat je van gedachten verandert en dit resulteert in een verandering van je leven. We hebben allemaal een bepaalde houding en overtuiging tegenover God en onszelf, met als gevolg dat we op een bepaalde manier leven. Totdat we op een dag verlicht worden door de waarheid of overtuigd worden van zonde; we besluiten om te veranderen. Als we ons waarlijk bekeerd hebben (Romeinen 10:9), dan worden onze gedachten en houding veranderd en leven we niet langer op de manier zoals we dat eerder deden.

Bekering is je afkeren van zonde en je wenden tot God. Dit was de belangrijkste boodschap van Johannes de doper: ‘Bekeer u, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen’ (Mattheüs 3:2). Degenen die op deze boodschap reageerden, werden gedoopt. ‘Toen hij velen van de Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop zag afkomen, zei hij tegen hen: “Adderengebroed! Wie heeft u laten weten dat u moet vluchten voor de komende toorn? Breng dan vruchten voort in overeenstemming met de bekering”‘ (Mattheüs 3:7-8). Als bekering echt is, zou het resultaat een veranderd leven moeten zijn.

Het was ook de boodschap van de apostel Paulus, die schreef: ‘En ik heb zowel tegenover Joden als Grieken getuigd van de bekering tot God en het geloof in onze Heere Jezus Christus’ (Handelingen 20:21). ‘[Ik heb] verkondigd dat zij tot inkeer moesten komen, zich tot God bekeren en werken doen die in overeenstemming zijn met de bekering’ (Handelingen 26:20). Bekering betekent dat je afstand doet van zonde en van foute overtuigingen en dat je je naar God richt. De vroege kerk keek letterlijk naar het westen en zei: ‘Ik doe afstand van je satan en van al je werken en al je manieren.’ Daarna keerden de mensen zich naar het oosten en verklaarden ze openlijk hun geloof.

Oprechte bekering is niet zomaar een kwestie van een menselijke beslissing met het idee dat we kunnen veranderen of onszelf kunnen redden van het oordeel van God. Paul reageerde: ‘Denkt u dat u aan het oordeel van God zult ontkomen? Of veracht u de rijkdom van Zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en geduld, zonder te weten dat de goedertierenheid van God u tot bekering leidt?’ (Romeinen 2:3-4). God is in feite degene die ‘hun eens bekering geeft, zodat zij tot erkenning van de waarheid komen en zij weer mogen ontwaken uit de strik van de duivel, door wie zij levend gevangen waren om zijn wil te doen’ (2 Timotheüs 2:25-26).