Christus in jou

20 januari 2021

Ik ben geboren en getogen in de staat Minnesota. Ik heb een klein speldje waarop staat dat ik negen jaar lang geen enkele zondagschool heb gemist. Ik heb nooit een tijd gekend waarin ik niet in God geloofde, maar ik leerde Hem pas kennen toen ik halverwege de twintig was. Als je me voor die tijd had gevraagd of ik een Christen was, dan zou ik nadrukkelijk ja hebben gezegd, maar ik was het niet. Ik was destijds ruimtevaartingenieur en onze afdeling voerde de laatste tests uit op het geleidingssysteem voor de ‘Lunar Lander’, een integraal onderdeel van het Apollo ruimteprogramma. Daarvoor had ik bij de marine gediend.

Ik was een op en top Amerikaanse jongen die niet dronk, rookte of vreemdging. We woonden in een buitenwijk en ik speelde in een softbalteam, speelde golf in een zomercompetitie en nam deel aan een bowlingcompetitie. Ik was de seniorbestuurder van een kleine Anglicaanse kerk, wat eigenlijk hetzelfde is als voorzitter van een oudstenraad. De priester en ik waren uitgenodigd bij Lay Institute (een instituut voor leken) in verband met evangelisatie. Ik wist echt niet wat evangelisatie was. Als ik het had geweten, was ik waarschijnlijk niet gegaan. Uiteindelijk drong het tot me door dat ik leerde mijn geloof te delen. Maar ik had helemaal niks te delen. Een leider vroeg: ‘Als je Jezus uit je geloof zou halen, wat voor verschil zou dat maken?’ Ik dacht toen: ‘Ik denk niet dat het enig verschil zou uitmaken, ik geloof in God.’ De vraag drong door tot in mijn ziel, en vandaag de dag is mijn hele bediening gebaseerd op ‘Christus onder u, de hoop op de heerlijkheid’ (Kolossenzen 1:27).

Omdat ik de Bijbel in die tijd niet echt kende, vraag ik me af hoe ik het begrepen zou hebben wat de apostel Johannes schreef in 1 Johannes 5:11-13: ‘En dit is het getuigenis, namelijk dat God ons het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. Deze dingen heb ik geschreven aan u die gelooft in de Naam van de Zoon van God, opdat u weet dat u het eeuwige leven hebt en opdat u gelooft in de Naam van de Zoon van God.’

Na mijn echte bekering werd ik me ervan bewust dat ik omringd was door veel religieuze niet-gelovigen, zoals ik zelf was geweest. Ik maak me grote zorgen om degenen die nooit echt gehoord of begrepen hebben dat het evangelie leidt tot een reddend geloof. Evenzeer ben ik bezorgd over degenen die echt wedergeboren zijn, maar niet zeker zijn van hun redding, zoals ook de apostel Paulus toen hij schreef: ‘Onderzoek uzelf of u in het geloof bent, beproef uzelf. Of weet u niet van uzelf dat Jezus Christus in u is? Of het moet zijn dat u op enigerlei wijze verwerpelijk bent’ (2 Korinthe 13:5).