Recente overdenkingen

25 oktober 2021

De relatie van een christen met de wet

10 augustus 2021

De Farizeeërs hielden zich streng aan de wet, maar voegden er vele andere regels en verordeningen aan toe die bedoeld waren om gelovigen te behoeden voor het breken van de wet. Het is alsof je een hek om de wet bouwt, maar al snel wordt het hek in de praktijk de wet. We moeten bijvoorbeeld niet een ongelijk span vormen met een ongelovige (2 Korinthe 6:14), dus om te voorkomen dat onze christelijke kinderen met een ongelovige trouwen, voegen we er extra regels aan toe, zoals: ‘Je mag niet met ongelovigen daten of met hen omgaan.’ Dat is in sommige gevallen misschien wel verstandig, maar het is geen wet. Jezus negeerde de regels die de mensen hadden gemaakt, maar de wet schond Hij nooit. Jezus zei: ‘Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen, maar te vervullen’ (Mattheüs 5:17). Hoe moeten we ons als gelovigen dan verhouden tot de wet?

De term ‘wet’ is in de Bijbel vaak geassocieerd met de specifieke geboden en dan vooral met de oudtestamentische wet van Mozes. Maar het concept van wet is veel breder. Het Hebreeuwse woord torah, het basiswoord voor wet in het Oude Testament, is gerelateerd aan het Hebreeuwse woord hora, dat instrueren of onderwijzen betekent. De grondbetekenis is niet gebieden, maar instrueren. Het woord werd uiteindelijk gebruikt voor het hele woord van God. De joden gebruiken het woord torah om de eerste vijf boeken van het Oude Testament aan te duiden. Christenen hebben het woord ‘wet’ gebruikt om gedeeltes uit de Bijbel aan te duiden, maar ook de Bijbel als geheel, en dan niet alleen de geboden, maar ook de beloftes. Dat laatste is wat Jezus bedoelde toen Hij zei dat Hij de wet kwam vervullen. Hij hield Zich aan alle geboden en vervulde alle beloften. Net zoals er natuurlijke wetten zijn die de fysieke wereld ordenen, zo zijn er persoonlijke en morele gebieden van Gods schepping die worden bestuurd door Zijn morele en geestelijke wetten; dit is de uitdrukking van Zijn karakter.

Het overkoepelende principe in het Oude Testament was dat als je Gods wetten volgde, dat er dan leven volgde en als je ze niet gehoorzaamde, dit tot destructie en misère leidde. De nieuwtestamentische gelovige verhoudt zich niet op dezelfde manier tot de wet. In het eerste geval sta je als jezelf – een zondaar- voor de wet en ben je als gevolg daarvan een wetsovertreder. Je leeft dan onder de veroordeling van de wet. Maar de gelovige heeft ‘in Christus’ dezelfde relatie tot de wet als Christus. Gods rechtvaardige levensprincipes zijn allemaal vervuld in Christus. We zijn vrij van de wettelijke binding aan de wet. ‘Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn’ (Romeinen 8:1).

De wet was onze leermeester om ons naar Christus te leiden, zodat we gerechtvaardigd mogen worden door het geloof (Galaten 3:24-25). Nu we in Christus leven, is de wet niet langer onze leermeester. Wat wij in het vlees niet konden bewerkstelligen, heeft Christus voor ons gedaan. Het middel waarmee wij een rechtvaardig leven leiden is veranderd. We verhouden ons nu tot God door geloof; we leven door de kracht van de Heilige Geest.