Recente overdenkingen

De zonde van rebellie

22 juli 2021

De Bijbel is een historische verhaal van de neiging van de mensheid om te rebelleren. Adam en Eva waren rebels in de hof van Eden. Kaïn rebelleerde tegen het onderwijs van God. Al die historische mensen waren in rebellie, behalve Noach. Hun rebelse daden resulteerden in de zondvloed. De mensen waren wederom rebels toen ze de toren van Babel bouwden; hiermee veroorzaakten ze dat God hen over het hele land verspreidde. Mirjam en Aäron rebelleerden tegen Mozes. Lot rebelleerde tegen Abraham. Ezau tegen Jakob. Absalom tegen David. De hele wereld is in rebellie tegen God.

De ernst van rebellie kan worden gezien in het leven van Saul, de eerste koning van Israël. God had Saul duidelijke instructies gegeven: ‘Ga heen, sla de zondaars met de ban, de Amalekieten, en strijd tegen hen, totdat u hen vernietigd hebt’ (1 Samuel 15:18), maar Saul besloot uit zichzelf om wat van de oorlogsbuit achter te houden en om het leven van koning Agag, de Amalekiet te sparen (v20-21). Hij rechtvaardigde zijn daden door te zeggen dat hij de beste van wat onder de ban viel, bewaard had om aan God te offeren. Saul wilde zijn eigen rebellie niet erkennen en bleef volhouden dat hij de Heer had gehoorzaamd. ‘Maar Samuel zei: Heeft de HEERE evenveel behagen in brandoffers en slachtoffers als in het gehoorzamen aan de stem van de HEERE? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerkzaam zijn beter dan het vet van rammen. Want opstandigheid is een zonde van waarzeggerij, en tegenstreven is afgoderij en beeldendienst’ (v22-23). Rebellie is waarschijnlijk de ergste zonde van de mensheid.

Saul rebelleerde omdat hij het volk meer vreesde dan God (v24). Ook wij kunnen, net als Saul, onze rebellie over het hoofd zien. We zijn rebels wanneer we oordelen over degenen die over ons zijn aangesteld en wanneer we voor onszelf beslissen wat het beste is om te doen. We hebben kritiek op de regering en zoeken naar mazen in de wet, terwijl we voor de regerende autoriteiten zouden moeten bidden en onszelf eraan moeten onderwerpen. We gaan naar de kerk en bekritiseren de preek en de aanbiddingsliederen. De boodschap wordt verondersteld over ons te oordelen, en wij worden verondersteld ‘aanbidden in geest en in waarheid’ (Johannes 4:24).

Rebellie is meer dan een handeling, het is een houding; een probleem van het hart. Hardop ja en amen zeggen terwijl je van binnen iets heel anders vindt, zal God niet ontgaan want Hij kijkt naar het hart. David ging dat begrijpen na zijn zonde met Bathseba. ‘Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen. De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten’ (Psalm 51:18-19).