Recente overdenkingen

Een nieuwe identiteit in Christus

26 februari 2021

De naam Jakob betekent bedrieger. Hij ontfutselde zijn broer zijn geboorterecht en rende toen voor zijn leven. Twintig jaar later worstelt hij met een engel van de Heer aan de verkeerde kant van de Jordaan. Hij worstelt om weg te komen, maar God zal hem niet laten gaan. Plotseling breekt de dageraad aan en ziet Jakob het gezicht (Pniël) van God, en de hele strijd verandert: Jakob zou niet loslaten tot deze ‘man’ hem zegende. Deze ontmoeting met God veranderde Jakob voorgoed. ‘Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen’ (Genesis 32:28). Jakob hinkt over de Jordaan, maar zijn naam is nu Israël, wat betekent ‘strijder Gods’.

Onze ontmoeting met God heeft ons voor altijd veranderd. We zijn niet langer ‘van nature kinderen des toorns’ (Efeze 2:3), we zijn kinderen van God (1 Johannes 3:1-3). ‘Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heer; wandel als kinderen van het licht’ (Efeze 5:8). ‘Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent’ (1 Petrus 2:9-10). Mensen die niet zijn wedergeboren, worstelen met hun identiteit. Als kleine kinderen waren we de zonen en dochters van aardse ouders en accepteerden we dit lichamelijke erfgoed als onze identiteit. Toen we tieners werden, gingen we op zoek naar onze eigen identiteit. Als volwassenen proberen we naam te maken in de wereld. De neiging is om onze identiteit te vinden in ons natuurlijke afkomst, in de dingen die we doen, plaatsen waar we wonen, en de rollen die we spelen.

Het is anders voor gelovigen, die geschapen zijn naar het beeld van God en nu steeds meer Hem gelijkvormig worden. ‘Daarbij is niet Griek en Jood van belang, besnedene en onbesnedene, slaaf en vrije, maar Christus is alles en in allen’ (Kolossenzen 3:11) en Galaten 3:28 voegt daar nog aan toe ‘…daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want u bent allen één in Christus Jezus’. Er zijn, met andere woorden, geen raciale, religieuze, culturele, sociale, maatschappelijke status- of genderkenmerken. We zijn allemaal kinderen van God en hebben dezelfde status in Gods gezin. Paulus zegt: ‘Zo kennen wij vanaf nu niemand naar het vlees’ (2 Korinthe 5:16).

Letterlijk betekent het dat Paulus gelovigen niet langer erkent naar het vlees, d.w.z. hun natuurlijke identiteit of wie ze in Adam waren. Hij herkent gelovigen als nieuwe scheppingen in Christus (2 Kor.5: 17). Paulus vraagt: ‘Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?’(Rom. 6: 3). Weten wie we in Christus zijn, is het fundament om vrij in Christus te leven. Weet je niet dat je met Christus verenigd bent in Zijn dood en opstanding? Weet je niet dat je een nieuwe schepping in Christus bent. We blijven het ons afvragen totdat we antwoorden; ‘Ja, ik weet wie ik ben, een nieuwe persoon in Christus en door de genade van God zal ik dienovereenkomstig leven’.