Recente overdenkingen

25 oktober 2021

Een verandering in ons werkelijke bestaan

21 september 2021
Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als kinderen van het licht.
Efeze 5:8

Efeze 2:1-3 beschrijft de natuur die we hadden voordat we tot Christus kwamen: u die dood was door de overtredingen en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid, onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.
Maar toen we gered werden, veranderde God de kern van onze natuur. We kregen deel aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent (2 Petrus 1:4). Je bent niet langer in het vlees; je bent in Christus. Voor je bekering had je een zondige natuur, maar nu heb je deel gekregen aan Christus’ goddelijke natuur. Dat wil niet zeggen dat je zelf eeuwig of goddelijk bent geworden, maar dat je voor eeuwig verenigd bent met Christus’ goddelijkheid. Paulus beschreef het zo: Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als kinderen van het licht (Efeze 5:8). Als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping (2 Korinthe 5:17). Ondanks satans beschuldiging dat wij geen spat anders zijn dan anderen, moeten we geloven en leven in harmonie met het feit dat we in Christus wel degelijk anders zijn.
Het Nieuwe Testament verwijst naar de persoon die we waren voordat we Christus aannamen als ‘onze oude ik’. Toen we verlost werden, stierf onze oude ik, ons eigen ego die als motivatie heeft om onafhankelijk van God te leven en dus gekenmerkt wordt door de zonde (Romeinen 6:6). Je nieuwe ik, gemotiveerd door je nieuwe identiteit in Christus en gekenmerkt door afhankelijkheid van God, kwam tot leven (Galaten 2:20). Je oude ik moest sterven om je relatie met de zonde waardoor je gedomineerd werd, uit te wissen. Dat je een nieuwe persoon geworden bent, wil niet zeggen dat je zonder zonde bent (1 Johannes 1:8). Maar omdat je oude ik is gekruisigd en begraven met Christus, hoef je niet langer te zondigen (1 Johannes 2:1). Je zondigt als je besluit om onafhankelijk van God te handelen.

Heer, dank U wel voor de hoop die voortkomt uit de wetenschap dat mijn oude ik dood is en dat ik in Christus een nieuwe schepping ben geworden.