Recente overdenkingen

Geloof en werken

19 juli 2021

‘Wat voor nut heeft het, mijn broeders, als iemand zegt dat hij geloof heeft, en hij heeft geen werken? Kan dat geloof hem zalig maken?’ (v14). Jakobus daagt het onderwijs van de apostel Paulus dat we gerechtvaardigd zijn door geloof en door geloof alleen niet uit. Hij corrigeert het foute idee dat mensen kunnen beweren ergens in te geloven zonder bewijs in hun leven waarmee dat getoond wordt. Jakobus zou tegen die persoon zeggen: ‘Laat mij dan uw geloof zien uit uw werken en ik zal u uit mijn werken mijn geloof laten zien’ (v18). Onthoud dat mensen niet altijd leven volgens wat ze belijden, maar leven volgens wat ze echt in hun hart geloven. Alles wat wij doen is een uiting van wat wij geloven. Jezus zei: ‘Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden’ (Mattheüs 5:6). Geloof je wat Jezus zei? Als je het geloofde, wat zou je dan doen? Je zou hongeren en dorsten naar gerechtigheid!

Jakobus licht de waarheid toe dat geloof in God tot goede werken leidt. Hij richt onze aandacht op Abraham, naar wie vaak wordt verwezen als de vader van ons geloof. Paulus gebruikt Abraham als het ultieme voorbeeld van rechtvaardiging door geloof. ‘Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend’ (Romeinen 4:3, zie ook Galaten 3:6). Jakobus verwijst naar Abraham als een voorbeeld van hoe geloof en werken samengaan. ‘Is Abraham, onze vader, niet uit de werken gerechtvaardigd, toen hij Izak, zijn zoon, op het altaar offerde?’ (Jakobus 2:21). Het lijkt alsof Paulus en Jakobus elkaar tegenspreken, totdat je het argument van Jakobus verder leest. ‘Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden?’ (v22). Met andere woorden, je weet dat Abraham op God vertrouwde, vanwege zijn bereidwilligheid om zijn enige zoon te offeren, een offer dat nooit heeft plaatsgevonden omdat God een zondebok stuurde.

Jakobus zei niet dat goede werken noodzakelijk zijn voor geloof of voor redding. Hij onderwees dat onze werken het bewijs zijn van ons geloof. ‘Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood’ (v17).