Recente overdenkingen

25 oktober 2021

Het begrijpen van onderwerping

23 juli 2021

Het Griekse woord voor onderwerping is een militaire term en betekent ‘zich schikken onder’. Als we ons onderwerpen aan God zouden we ons ook moeten onderwerpen aan de overheid (1 Petrus 2:13-17), ouders (Efeze 6:13), echtgenoten (1 Petrus 3:1-4; Efeze 5:21; 1 Petrus 3:7), werkgevers (1 Petrus 2:18-23) en kerkleiders (Hebreeën 13:17). De oproep om aan de heersende autoriteiten onderdanig te zijn, komt altijd met een beloofde zegen. Het is voor onze eigen geestelijke bescherming dat we ons moeten onderwerpen. De Bijbel waarschuwt ons dat we ons op aarde in geestelijk vijandig gebied bevinden en spoort ons aan om in het gelid te komen en God te volgen.

Het is een volwassen daad van geloof om te vertrouwen dat God in ons leven kan werken door leiders heen die niet perfect zijn maar wel in een autoriteitspositie over ons zijn aangesteld. We onderwerpen ons aan hen vanwege hun positie van autoriteit en vanwege wie ze zijn als persoon. Mochten regerende autoriteiten van je eisen dat je iets doet, of niet doet, wat tegen Gods wil ingaat, dan moet je God gehoorzamen zoals de vroege kerk deed (Handelingen 4:18-20). Als het mogelijk is, biedt ze dan een beter alternatief zoals Daniël deed (Daniël 1:8-16). Ook hoef je iemand niet te gehoorzamen als hij buiten zijn autoriteitsgebied treedt. Politieagenten kunnen het verkeer leiden maar ze kunnen niet naar je kerk komen en je bevelen om op een bepaalde manier te aanbidden.

Onderwerping betekent nooit dat je opgeeft wie je bent. Het is juist andersom; je onderwerpen is van essentieel belang om alles te kunnen zijn zoals God bedoeld heeft. Onze identiteit en vrijheid vinden we in Christus en deze zijn niet gerelateerd aan mensen aan wie we verantwoording verschuldigd zijn. Niemand kan je weerhouden om de persoon te worden die God bedoeld heeft. ‘Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen’ (Efeze 2:10). Men lacht ons dan misschien wel uit omdat we christenen zijn maar het is ‘de wil van God, dat u door goed te doen het onverstand van de dwaze mensen de mond snoert’ (1 Petrus 2:15). Mochten we onder de handen van iemand hier op aarde onrechtvaardig lijden voor iets goeds dat we hebben gedaan dan is dat prijzenswaardig voor God. ‘Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen’ (v21).