Hoop in God

16 februari 2021

De hoop waar de Bijbel over spreekt, is niet ‘wishful thinking’. Het is de tegenwoordige zekerheid van een toekomstig goed, en is er slechts één die de toekomst kent. Als ons geloof in God wordt vervormd, dan vervliegt de hoop, en dit is een extra reden waarom we God aanbidden – we houden Zijn goddelijke eigenschappen constant in onze gedachten. Drie keer herinnert de Psalmist zichzelf eraan: ‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht’ (Psalm 42:6,12; 43:5). Jeremia beweent het verlies van Jeruzalem en hij gelooft dat God de veroorzaker is van zijn mentale en emotionele kwelling, zoals te lezen is in Klaagliederen 3. Zie de verzen:

1 Ik ben de man die ellende gezien heeft door de stok van Zijn verbolgenheid (geplaagd)
2 Mij heeft Hij geleid en doen gaan in duisternis, en niet in licht (verloren)
4 Hij heeft mijn vlees en mijn huid doen wegteren (lichamelijk ziek)
5 Hij heeft tegen mij aangebouwd en Hij heeft mij omsingeld met gal en moeite (verbitterd)
6 In duistere oorden doet Hij mij wonen, als degenen die allang dood zijn (moedeloos)
7 Hij heeft een muur om mij heen opgeworpen, zodat ik er niet uit kan gaan (gevangen)
8 Ook wanneer ik het uitschreeuw en om hulp roep, sluit Hij Zijn oren voor mijn gebed (vervreemd)
9 Hij heeft mijn wegen versperd …, mijn paden heeft Hij krom gemaakt (richtingloos)
17-18 Van vrede verstoten is mijn ziel, ik ben het goede vergeten. En ik zei: Mijn kracht is vergaan, en wat ik van de HEERE verwachtte (hopeloos).

Niks van wat Jeremia denkt (gelooft) is een juiste weergave van God en Zijn wegen. God vermaant het volk Israël vanwege hun ongehoorzaamheid. Jeremia zou in die depressieve toestand zijn gebleven als hij met die gedachtegang door was gegaan, maar dat deed hij niet: ‘Dit zal ik ter harte nemen, daarom zal ik hopen: Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn, dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is! Nieuw zijn ze, elke morgen; groot is Uw trouw! Mijn deel is de Heer, zegt mijn ziel, daarom zal ik op Hem hopen’ (Klaagliederen 3:21-24). Merk op dat er niets veranderde aan zijn directe omstandigheden. De hoop keerde terug toen hij in herinnering bracht dat Gods liefde niet is opgehouden.