Recente overdenkingen

25 oktober 2021

Hopeloosheid overwinnen

30 augustus 2021

Een recent geadopteerd kind bevond zich in een groot herenhuis. Zijn nieuwe vader zei: Dit is van jou en je hebt het recht om hier te zijn. Ik heb je mede-erfgenaam gemaakt met mijn eniggeboren zoon. Mijn zoon betaalde de prijs die jou bevrijdde van je oude meester, die wreed en veroordelend was. Ik heb het voor jou gekocht omdat ik van je houd. Het leek te goed om waar te zijn, maar het kind was enorm dankbaar en begon nieuwe relaties te bouwen met andere geadopteerde kinderen.

Hij genoot vooral van het buffet, waar hij vrijelijk van at. Toen gebeurde het! Hij stootte per ongeluk een stapel glazen om en een dure vaas viel op de vloer en brak in stukken. Een duistere figuur buiten het herenhuis begon hem te beschuldigen en hij dacht: Jij onhandig, stom kind! Je komt hier nooit mee weg. Welk recht heb je eigenlijk om hier te zijn? Het is beter dat je je verstopt voordat je nieuwe heer erachter komt of anders zul je er zeker buiten worden gezet. Eerst was hij nog overweldigd door het wonder dat hij in het nieuwe herenhuis woonde, met een nieuwe familie en een liefdevolle vader. Maar nu was hij verward. Dezelfde oude ‘deuntjes’ vanuit zijn vroege kindertijd begonnen weer in zijn gedachten te spelen. Hij zat vol met zelf veroordelende gedachten. Je hoort hier niet. Je hoort in de kelder. Dus daalde hij af naar de kelder.

De kelder was somber, donker en deprimerend. Er kwam alleen licht uit de open deur bovenaan de lange trap langs waarvandaan hij was gekomen. Hij hoorde zijn vader om hem roepen, maar hij schaamde zich te erg om te antwoorden en hij begon zich af te vragen of hij überhaupt wel geadopteerd was. Oude vrienden probeerden hem aan te moedigen om weer naar boven te komen, maar hij dacht niet dat hij erbij zou horen. Daarnaast was hij moe en hij had geen zin om onder de mensen te zijn. Hij deed een paar halfslachtige pogingen de trap te beklimmen, maar hij ging nooit hoog genoeg of bleef nooit lang genoeg om zijn conflicten op te lossen en de waarheid te leren die hem zou bevrijden.

Op een dag doorboorde een lichtstraal zijn gedachten en deed zijn verstand terugkeren. Waarom vraag ik niet om genade aan de persoon die zichzelf mijn vader noemt? Hij verzamelde al zijn moed en klom de trap op om zijn vader in de ogen te gaan kijken. Vader, zei hij, ik stootte wat glazen om en heb een vaas gebroken. Zonder iets te zeggen nam zijn vader hem bij de hand en leidde hem naar de eetkamer. Tot totale verbazing van de zoon had zijn vader een banket voor hem klaargemaakt! Welkom thuis zoon, zei zijn vader. Er is geen veroordeling voor degenen die tot mijn familie behoren.

Oh, de diepe, diepe liefde van Jezus en de ongeëvenaarde genade van God. Als we de genadige liefde van onze hemelse Vader eens konden accepteren, dan zouden we ons nooit opsluiten in de kelder van depressie of bezwijken onder de grip van hopeloosheid. ‘Wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden’ (Hebreeën 6:18), omdat God onze erfenis heeft bevestigd door twee onveranderlijke dingen. Dit zijn Gods belofte en de eed die Zijn belofte bevestigt. Onze hoop in God is als een anker voor de ziel, vast en onwrikbaar en is het antwoord voor hopeloosheid en depressie. Aangezien God niet kan liegen, wordt de basis voor onze hoop gevonden in Zijn karakter en in Zijn woord en niet in ons falen of in onze levensomstandigheden.