IK BEN wie IK BEN

18 februari 2021

God riep Mozes om Zijn volk te bevrijden uit slavernij in Egypte en ze naar het beloofde land te leiden. Mozes geloofde God, maar zouden de mensen hem geloven? Hoe zou hij het volk gaan overtuigen dat God hem had gezonden? God antwoordde door tegen Mozes te zeggen: ‘IK BEN DIE IK BEN’. Ook zei Hij: ‘Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: IK BEN heeft mij naar u toe gezonden’. Toen zei God verder tegen Mozes: ‘Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: De Heer, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob, heeft mij naar u toe gezonden. Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie’ (Exodus 3:14-15).

De naam ‘IK BEN’ betekent dat wat God in het verleden was, Hij in het heden is en ook in de toekomst zal zijn. Jahweh (Jehova) is de meest onderscheidende naam waaronder God in het Oude Testament bekend was, en die naam komt van dezelfde stam als ‘IK BEN’. Deze naam werd aan Mozes meegegeven als een soort geloofsbrief dat het volk Israël moest en zou overtuigen dat God trouw was aan Zijn verbond en dat Hij ze uit slavernij zou leiden. De naam onthult niet in eerste plaats wie Hij is in Zichzelf. Het openbaart wie Hij is, wie Hij was en wie Hij zal zijn voor het volk van God in de heilsgeschiedenis, met als doel om hun angst en twijfel weg te nemen.

De naam wordt ook in het Nieuwe Testament genoemd toen Jezus op de Joden reageerde: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik’ (Johannes 8:58). Mozes was de wetgever die Gods volk uit de slavernij in Egypte naar het beloofde land leidde. Jezus vervulde de wet en leidde Gods volk uit de slavernij van de zonde naar vrijheid in Christus en naar het eeuwige leven. De God van Abraham, Izak en Jakob is dezelfde God die ons nu overzet van het koninkrijk van de duisternis naar het koninkrijk van Zijn geliefde Zoon (Kolossenzen 1:13).

Jezus zei: ‘Ik heb u dan gezegd dat u in uw zonden zult sterven, want als u niet gelooft dat Ik het ben, zult u in uw zonden sterven’ (Johannes 8:24). Johannes schrijft over een aantal ‘Ik ben’ uitspraken van Jezus. Jezus zei: ‘Ik ben het Brood des levens’ (Johannes 6:48). Net als het manna uit de hemel dat het lichamelijke leven van de Israëlieten in stand hield, kwam Jezus ook uit de hemel om ons geestelijk leven te geven. Jezus zei: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid’ (Johannes 11:25-26). Met andere woorden, als je in Jezus gelooft, zal je geestelijk blijven leven nadat je lichamelijk gestorven bent.

Jezus zei: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de Deur voor de schapen’ (Johannes 10:7) en later zei Hij: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij’ (Johannes 14:6). Jezus is de enige manier waarop wij het eeuwige leven kunnen ontvangen en Gods aanwezigheid kunnen binnengaan. ‘En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden’ (Handelingen 4:12). Jezus is niet alleen onze Heiland, Hij is onze Herder en wij zijn de schapen van Zijn weide. Jezus zei: ‘Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen’ (Johannes 10:11). Wij zijn ‘Zijn volk en de schapen van Zijn weide’ (Psalm 100:3).