Recente overdenkingen

25 oktober 2021

Leven onder genade

9 augustus 2021

Het argument van de apostel Paulus dat we leven in Christus en dood zijn aan de zonde (Romeinen 6), is gebaseerd op ons geestelijke een zijn met Christus. Als Christus over zonde en dood gezegevierd heeft, dan hebben wij dat ook, omdat wij leven ‘in Christus’. Merk de werkwoordsvormen op. ‘Hoe zullen wij, die met betrekking tot de zonde gestorven zijn, nog daarin leven?’ (Romeinen 6:2). Hoe kunnen wij als gelovigen sterven voor de zonde? Dat kunnen we niet, omdat we al gestorven zijn. ‘Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn?’ (v3). We zijn ook begraven (v3) en opgestaan met Christus (v5). We kunnen niet met Christus verenigd worden in Zijn dood en vervolgens niet met Hem verenigd zijn in Zijn leven. Jezus stierf niet alleen voor onze zonden; Hij kwam om ons leven te geven (Romeinen 5:8-11). ‘Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven’ (v8).

‘Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is’ (v6). De verslagen christen probeert zijn oude natuur te kruisigen en slaagt daar niet in. Waarom? Omdat die al gekruisigd is, de oude mens (niet je vlees) is al dood! Het is een verkeerde beredenering als je vraagt: Welke ervaring moeten wij krijgen zodat dit waar wordt?’ Het enige dat er moest gebeuren, gebeurde 2000 jaar geleden en de enige manier waarop we die ervaring kunnen krijgen, is door geloof. We kunnen voor onszelf niet doen wat Christus al voor ons heeft gedaan. We maken iets niet waar door onze eigen ervaring en elke poging daartoe zal zinloos blijken. Wij geloven dat wat God gedaan en gezegd heeft omwille van ons, dat dát waar is. Wanneer we kiezen om God te geloven en dienovereenkomstig door geloof te leven, dan werkt dat door in onze ervaring.

We doen de dingen die we doen niet in de hoop dat God ooit van ons zal gaan houden. God houdt van ons. Dat is waarom we de dingen doen die we doen. We werken niet in de wijngaard in de hoop dat God ons ooit zal accepteren. God heeft ons geaccepteerd en dat is waarom we in de wijngaard werken. Wat wij doen, bepaalt niet wie wij zijn. God heeft bepaald wie wij zijn en het feit dat we een nieuwe schepping in Christus zijn, zou moeten bepalen wat we doen. Wanneer we als gelovigen kiezen om te zondigen(luisteren naar ons vlees), dan maakt dat ons geen zondaars; als je niest, ben je nog geen niezer. We zijn nog steeds kinderen van God, die er echter voor hebben gekozen om te zondigen ook al hoeven we dat niet te doen.

Christus overwon de dood toen Hij werd opgewekt en Hij overwon de zonde toen Hij voor eens en altijd voor al onze zonden stierf (v8-10). ‘Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere’ (v11). Jezelf als dood rekenen voor de zonde, maakt je niet dood voor zonde. Je bent dood voor de zonde vanwege je nieuwe leven in Christus; blijf dus doorgaan met dat te geloven en het zal uitwerken in je ervaring. Wanneer je wordt verleid om te zondigen, reageer dan gewoon in geloof en zeg: ‘Ik ben levend in Christus en de zonde heerst niet langer over mij.’