Recente overdenkingen

25 oktober 2021

Losbandigheid overwinnen

6 augustus 2021

Leven door de Geest is geen vrijbrief om te doen wat we maar willen of voor losbandigheid. De losbandige persoon heeft geen oog voor wetten en regels. De apostel Paulus vraagt: ‘Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? Volstrekt niet! Hoe zullen wij, die met betrekking tot de zonde gestorven zijn, nog daarin leven?’ (Romeinen 6:1-2). God redde ons van de gebondenheid aan de zonde, waarom zouden we weer terug willen naar die gebondenheid? We zijn niet onder de wet, maar we zijn niet wetteloos. We hebben een eeuwige standaard, maar wetticisme of een vrijbrief zijn niet de middelen om een rechtvaardig leven te leiden. Leven door geloof, in de kracht van de Heilige Geest is geen vrijbrief om te zondigen; het is een genadig middel om níet te zondigen.

In Christus zijn we vrij om een moreel leven te leiden, maar er zijn situaties waarop we onze vrijheid moeten inperken. De eerste wordt in 1 Korinthe 6:12 genoemd: ‘Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal mij niet onder de macht van ook maar iets laten brengen.’ We hebben de vrijheid om te kiezen wat we willen eten, maar voedsel kan ons in zijn macht krijgen als we gaan leven om te eten, in plaats van eten om te leven. Onze vrijheid wordt een vrijbrief wanneer we onze rechten misbruiken en onszelf overgeven aan onze verlangens. Een stuk taart is goed, maar de hele taart opeten is niet bevorderlijk. We moeten onze eetlust beheersen of het zal ons beheersen. Onthoud dat de vrucht van de geest zelfbeheersing is (Galaten 5:23).

De tweede wordt door Paulus in 1 Korinthe 10:23-24 genoemd: ‘Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen bouwen op. Laat niemand zijn eigen voordeel zoeken, maar ieder dat van de ander.’ Paulus duidt onze vrijheid aan vanuit het principe van de liefde (1 Korinthe 8:1). ‘Maar let erop dat deze vrijheid van u niet op de een of andere manier een aanstoot wordt voor hen die zwak zijn’ (v9). We moeten onze vrijheid leren inperken met het oog op een zwakkere broeder. Als wat wij doen moreel toelaatbaar is, maar aanstoot geeft aan een ander, dan zouden we het niet moeten doen. We hebben nooit het recht om andermans geweten te schenden. ‘Door zó te zondigen tegen de broeders en hen in hun geweten, dat zwak is, te treffen, zondigt u tegen Christus. Daarom, als het voedsel mijn broeder doet struikelen, dan zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, opdat ik mijn broeder geen oorzaak geef tot struikelen’ (v12-13).

Een vrijbrief is een vorm van geestelijke misleiding, ook wel gnosticisme genoemd (je denkt het beter te weten dan de Bijbel). Mensen denken dat ze zichzelf overal tegoed aan kunnen doen, zonder hun geest te beschadigen. Ze beredeneren verkeerd door te denken: ‘Wat ik in het vlees doe, maakt niet uit, het is alleen van belang wat ik in de geest doe.’ De Korinthiërs hadden beredeneerd dat voedsel noodzakelijk en plezierig was. Ze hadden ook bedacht dat seks noodzakelijk en plezierig was en dat dus elke seksuele behoefte bevredigd moest worden. Maar Paulus beantwoordde hun argument toen hij schreef: ‘Het voedsel is voor de buik en de buik voor het voedsel, maar God zal zowel het één als het ander tenietdoen. Het lichaam is echter niet voor de hoererij, maar voor de Heere en de Heere voor het lichaam’ (1 Korinthe 6:13). We kunnen ons lichaam niet scheiden van wie we zijn.