Recente overdenkingen

25 oktober 2021

Relatie met elkaar

26 juli 2021

De grootste uitdaging in het leven is om elkaar lief te hebben in deze gevallen wereld. De Heer spoort ons aan om onze vijanden lief te hebben (Lukas 6:27-36) en elkaar niet te veroordelen (v37-42). We hebben Gods genade nodig om van hen die ons haten te houden. Stel je voor hoe de dynamiek is tussen twee mensen die elkaar naar het leven staan. De kans bestaat dat ze andermans karakter aan zullen vallen, terwijl ze alleen voor hun eigen behoeften zorgen; dit is precies het tegenovergestelde van wat ons wordt opgedragen. Voor God zijn we verantwoordelijk voor ons eigen karakter en voor de behoeften van degenen rondom ons. Romeinen 14:4 zegt: ‘Wie bent u, dat u de huisslaaf van een ander oordeelt? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn eigen heer aan. Hij zal echter staande gehouden worden, want God is bij machte hem staande te houden.’ En in Filippenzen 2:3-5 staat: ‘Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is. Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was.’

Hoe zou het leven eruitzien als iedereen zijn verantwoordelijkheid zou nemen voor zijn eigen karakter en zich erop toelegde om de ander lief te hebben? Meer op Jezus gaan lijken leidt ertoe dat we aan andermans behoeftes tegemoet gaan komen. Te vaak wachten we tot de ander eerst van ons houdt en zien we de tekortkomingen in ons eigen karakter niet. Haal eerst de balk uit je eigen ogen voordat je ook maar overweegt om naar de splinter in andermans oog te kijken.

Hoe moeten we reageren op degenen die Jezus niet volgen? De Heer zei: ‘Doe goed aan hen die u haten. Zegen hen die u vervloeken, en bid voor hen die u belasteren’ (Lukas 6:27-28). Met andere woorden, reageer met een daad van vriendelijkheid op hun slechte houding en spreek positief over degenen die negatief over jou praten. Mocht hun slechte houding en negatieve woorden uitmonden in slecht gedrag, dan is bidden het enige wat je voor ze kunt doen. Het punt is dat niemand je kan weerhouden om die persoon te worden die God bedoeld heeft, dus laat onvolwassen mensen niet bepalen wie je bent. Als je slecht behandeld wordt door anderen, doe dan niet hetzelfde terug. ‘Zoals u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo’ (v31).

Je krijgt uit het leven wat je erin stopt. Als je een vriend wilt, wees dan een vriend. Als je wilt dat er iemand van je houdt, houd dan van iemand. ‘Oordeel niet en u zult niet geoordeeld worden; veroordeel niet en u zult niet veroordeeld worden; laat los en u zult losgelaten worden. Geef en aan u zal gegeven worden’ (v37-38). Het is een van de grootste geruststellingen in het leven om te weten dat je een ander niet kunt helpen zonder tegelijkertijd jezelf te helpen. Wat het leven ook van je vraagt, geef altijd een beetje meer en het zal bij je terugkomen. ‘Een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men u in de schoot geven, want met dezelfde maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden’ (v38).