Recente overdenkingen

Schuld

7 januari 2021

Schuld is een juridisch concept. Om schuldig te kunnen zijn, moet er een norm of wet zijn, waaraan je in je gedrag niet voldoet. Zonde betekent ‘het doel missen’, tekortschieten in het vereiste gedrag. Iemand kan een tennisbal over het net slaan, maar als deze buiten de lijnen belandt, dan is dit een fout. Het maakt niet uit hoe ver de bal uit is, of hoe dicht bij de lijn hij kwam. Omdat we allemaal gezondigd hebben, zijn we allemaal schuldig en hebben we vergeving nodig. God is een rechtvaardige God en kan niet anders dan rechtvaardig zijn, altijd. Als God rechtvaardig op zou treden, dan zouden we krijgen wat we verdienen en dat zou de hel zijn. Maar God is ook barmhartig, en barmhartigheid is anderen niet geven wat ze verdienen. Als we schuldig pleiten in een rechtszaak en onszelf overgeven aan de barmhartigheid van de rechtbank, dan vragen we de rechter om ons niet te geven wat we verdienen. ‘Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn barmhartigheid …’ (Titus 3:4-5).

Genade geeft ons wat we niet verdienen. ‘Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen’ (Efeze 2:8-9). Er is geen enkel vers in de brieven van het Nieuwe Testament dat gelovigen aanmoedigt om God om vergeving te vragen. Waarom niet? Omdat ze al vergeven zijn. Waarom voelen zoveel mensen zich dan schuldig? Gisteren noemde ik een verkeerde theologie, maar er is ook psychologisch schuldgevoel. We hebben allemaal bepaalde normen voor goed en fout opgenomen in onze gedachten. Ons geweten is altijd trouw aan zichzelf op basis van die normen, maar het is niet onfeilbaar. Iemand met diepgewortelde wettische normen zal zich schuldig voelen wanneer hij ze overtreedt, maar dat is geen echte schuld, en daarom is niet nodig (weer) vergeving te ontvangen. De schrijver van de Hebreeënbrief adviseerde: ‘Laten wij tot Hem naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons hart gereinigd is van een slecht geweten…’ (Hebreeën 10:22). We hebben het recht niet om andermans geweten geweld aan te doen, en we zouden dat van onszelf ook niet te snel moeten afleggen. Het proces van het vernieuwen van onze gedachten houdt ook in dat we ons geweten moeten vernieuwen naar de juiste standaard. Als we geloven dat iets fout is, dan is het fout voor ons, totdat we andere inzichten krijgen. Ik vind dat we allemaal kernovertuigingen moeten hebben waarover niet kan worden onderhandeld, die duidelijk Gods karakter weerspiegelen. In dergelijke gevallen kunnen ‘anderen het wel, maar ik niet’. Honderd mensen met persoonlijke voorkeuren zijn minder waard dan één persoon met goddelijke overtuigingen. Aan de andere kant: Uw overtuiging is een aangelegenheid tussen u en God. ‘Gelukkig is wie zich niet schuldig voelt over zijn overtuiging’ (Romeinen 14:22 NBV).

Geliefde, je zonden zijn vergeven, omdat de prijs betaald werd toen Jezus stierf in jouw plaats. Je bent niet langer onder het oude verbond van de wet. De wet die jij niet kon houden, veroordeelde jou, maar als gelovige ben je onder het nieuwe verbond van genade, ‘want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken’ (Jeremia 31:34). Dat betekent niet dat God onze zonden vergeet, want dat kan Hij niet, Hij is immers alwetend. Het betekent dat Hij ons verleden niet tegen ons zal gebruiken. ‘Zo ver het oosten is van het westen, zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan’ (Psalm 103:12).