Recente overdenkingen

Vrees God!

18 mei 2022
De HEERE van de legermachten, Hem moet u heilig achten; Hij is uw vrees en Hij is uw verschrikking.
Jesaja 8:13

Een zware storm trof de oostkust van de Verenigde Staten. De reddingsbrigade kreeg opdracht om te reageren op een schip dat in nood was. Een jonge zeeman aan boord van het schip werd verteerd door angst om te sterven en riep uit: ,,We kunnen er niet uit. We komen nooit meer terug.” Een ervaren kapitein reageerde: ,,We moeten er wel uit, maar we hoeven niet persé terug te komen.” De plicht riep en de verantwoording voor het schip overwon de angst.
Als we wandelen in geloof, kan er slechts één vreesobject in ons leven zijn, en dat is God. We hebben ons naar Hem te verantwoorden. Hij is het ultieme object van onze vrees, omdat Hij almachtig en alomtegenwoordig is. De vreze des Heren is gezond, omdat het een angst is die alle andere angsten uitsluit (Jesaja 8:11-14). Alle andere objecten of situaties waar we bang voor zijn, verbleken in vergelijking met onze heilige God. We moeten net als David zijn, die over Goliath proclameerde: Wie is deze onbesneden Filistijn, dat hij de gelederen van de levende God durft te honen? (1 Samuël 17:26). Het Hebreeuwse leger zag Goliath in vergelijking met zichzelf en bibberde van angst. David zag Goliath in vergelijking met God, en overwon hem in Gods kracht.
Toen de twaalf verspieders het beloofde land verkenden, kwamen tien van hen terug met slecht bericht: Wij kunnen tegen dat volk niet optrekken, want het is sterker dan wij (Numeri 13:31). Zij zagen God niet in het land; zij zagen reuzen (vers 33). En met dat perspectief gebeurde het volgende: Toen begon heel de gemeenschap luid te weeklagen en bleef het volk in die nacht luid jammeren (14:1).
Jozua en Kaleb hadden een heel andere mening: kom tegen de HEERE niet in opstand en u, wees niet bevreesd voor de bevolking van het land, want zij zijn ons tot voedsel, hun schaduw is van hen geweken, en de HEERE is met ons. Wees niet bevreesd voor hen (14:9). De mensen kwamen echter wel in opstand. Ze aanvaardden de mening van de meerderheid van de verspieders, en luisterden niet naar Kaleb en Jozua. Ze vonden de angst voor de Kanaänieten belangrijker dan Gods wil. Ze waren kennelijk van mening dat de Kanaänieten sterker waren dan de almachtige en alomtegenwoordige God. God eren als ons enige vreesobject is hetzelfde als Hem aanbidden. Als je toestaat dat een andere situatie of persoon je vrees aanjaagt en je overheerst, dan sta je toe dat Gods plaats in je leven wordt ingenomen door iets anders.

Heer, ik wil alleen U behagen in alles wat ik vandaag doe. Ik wil geen mensen behagen of een lafaard zijn.