De overdenkingen zijn voor iedere doordeweekse dag met toestemming van Harvest House Publishers en in overleg met GIDEON boeken overgenomen uit Iedere dag in Christus van Neil T. Anderson.
Heb je wel eens het gevoel gehad dat God het niet meer met je zag zitten, omdat je in plaats van te wandelen in geloof, geregeld struikelde en ten val kwam? Ben je wel eens bang dat er een grens is aan Gods geduld met jouw falen, en dat je op het randje loopt of de grens al gepasseerd bent? In mijn bediening heb ik heel veel van deze christenen ontmoet. Ze denken dat God boos op ze is en dat Hij op het punt staat ze te dumpen omdat hun dagelijks leven verre van volmaakt is.
Het is waar dat onze geloofswandel nogal eens onderbroken kan worden door momenten van ongeloof, rebellie, of zelfs satanische misleiding. Tijdens die momenten denken we dat Gods geduld met ons op is en Hij ons aan de kant zet. De verleiding om het op te geven en om maar helemaal niet meer in geloof te wandelen en je maar aan de kant van de weg in elkaar te laten zakken, is soms groot. We vragen ons af: waar doen we het allemaal voor? We voelen ons verslagen, ontmoedigd, Gods werk in ons wordt uitgesteld, en satan lacht.
De belangrijkste waarheid die je over God moet weten om een sterk geloof te houden, is dat zijn liefde en acceptatie onvoorwaardelijk zijn. Als je geloofswandel sterk is, houdt God van je – maar als je geloof zwak is, houdt God ook van je. Als je het ene moment sterk bent en het volgende moment zwak, God houdt van je. Gods liefde voor jou is de eeuwige, constante factor te midden van alle worstelingen in je dagelijks leven.
God wil natuurlijk dat wij goede dingen doen. De apostel Johannes schreef: Mijn lieve kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt (1 Johannes 2:1a). Maar Johannes ging verder door ons eraan te herinneren dat God al voorzien heeft als we falen, dus blijft zijn liefde constant, ondanks wat wij doen: En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld (vers 1b,2)