De overdenkingen zijn voor iedere doordeweekse dag met toestemming van Harvest House Publishers en in overleg met GIDEON boeken overgenomen uit Iedere dag in Christus van Neil T. Anderson.
Het tweede kanaal van verleiding waardoor satan bij Adam en Eva kwam, had te maken met zijn leugen over de gevolgen van het ongehoorzaam zijn aan God. God had gezegd dat ongehoorzaamheid tot de dood zou leiden, maar satan zei: U zult zeker niet sterven (vers 4). Hij bespeelde Eva’s gevoel van zelfbehoud door haar op valse basis te verzekeren dat God het bij het verkeerde eind had als het ging om de gevolgen van ongehoorzaamheid. ,,Luister niet naar God, maar doe wat goed is in je eigen ogen”, benadrukte satan. De verboden vrucht zag er voor het oog aantrekkelijk uit (vers 6), dus negeerden Adam en Eva Gods bevel en deden ze wat voor hen het beste uitkwam.
De begeerte van de ogen trekt ons heel subtiel weg van het Woord van God en ondermijnt ons vertrouwen in Hem. We zien alles wat de wereld te bieden heeft en verlangen daarnaar boven onze relatie met God. We beginnen meer geloof te hechten aan ons eigen perspectief van het leven, dan aan Gods geboden en beloften. De begeerte van wat we zien zet ons ertoe aan om te pakken wat we pakken kunnen met het idee dat we die dingen nodig hebben. We worden zelfs misleid met de gedachte dat God ook wil dat we die dingen hebben. We nemen onterecht aan dat God niets goeds van ons wil weghouden, dus claimen we voorspoed, aangestuurd door de begeerte van onze ogen.
In plaats van ons vertrouwen volledig op God te stellen, nemen we een soort ‘bewijs het maar’-houding aan. Dat was de essentie van satans tweede verleidingstactiek ten opzichte van Jezus: Als U de Zoon van God bent, werp uzelf dan naar beneden (van het tempeldak) (Mattheüs 4:6). Jezus was echter niet van plan om satans ‘laat maar eens zien’ spelletje mee te spelen. Hij zei: Er staat eveneens geschreven: U zult de Heere, uw God, niet verzoeken (vers 7).
God heeft geen verplichtingen jegens ons; hij heeft alleen verplichtingen jegens zichzelf. Het is onmogelijk om met bepaalde woorden een gebed uit te spreken, zodat Hij daarop in moet gaan. Dat verstoort niet alleen de bedoeling van gebed, maar het plaatst ons in de positie van God. De rechtvaardige zal leven door geloof in het geschreven Woord van God, en niet eisen dat God zichzelf moet bewijzen door te reageren op onze ditjes en datjes, hoe nobel die ook mogen zijn. Wij worden op de proef gesteld, God niet.