De overdenkingen zijn voor iedere doordeweekse dag met toestemming van Harvest House Publishers en in overleg met GIDEON boeken overgenomen uit Iedere dag in Christus van Neil T. Anderson.
De meeste grond die satan bezet houdt in het leven van christenen, wordt veroorzaakt door anderen niet te vergeven. De Bijbel waarschuwt ons om anderen te vergeven, zodat satan geen voordeel op ons behaalt (2 Korinthe 2:10,11). God verwacht dat wij anderen vanuit ons hart vergeven, anders levert Hij ons over aan de folteraars (Mattheüs 18:34,35). Waarom is vergeving zo essentieel om vrij te leven? Vanwege het kruis. God gaf ons ook niet wat wij verdienden; Hij gaf ons wat we in zijn genade nodig hadden. We worden geacht om anderen genade te betonen, omdat onze hemelse Vader genadig is (Lukas 6:36). We moeten anderen vergeven zoals we zelf vergeven zijn (Efeze 4:31,32).
Vergeven is iets anders dan vergeten. Mensen die dingen proberen te vergeten, komen erachter dat ze dat niet kunnen. God zegt dat Hij onze zonden ‘niet meer zal gedenken’ (Hebreeën 10:17), maar dat wil niet zeggen dat Hij ze ook vergeet; Hij is immers alwetend. ‘Onze zonden niet meer gedenken’ houdt in dat Hij deze zonden niet tegen ons zal gebruiken (Psalm 103:12). Vergeten mag dan een resultaat zijn van vergeving, het is nooit het doel van vergeving. Als we het verleden oprakelen en het tegen een ander gebruiken, dan hebben we dus niet vergeven.
Vergeving is een keuze, een crisis van de wil. We kiezen ervoor om de pijn en de haat te erkennen en daarmee geconfronteerd te worden; alleen dan kunnen we vergeven vanuit ons hart. Aangezien God wil dat we vergeven, is het iets waartoe we ook in staat zijn. God zal nooit iets van ons verwachten waartoe we niet in staat zijn, of waar Hij ons niet toe in staat stelt. Vergeving is echter moeilijk voor ons, omdat het niet beantwoordt aan ons gevoel van rechtvaardigheid. We willen wraak voor geleden pijn, maar we worden door Paulus opgeroepen om geen wraak te nemen (Romeinen 12:9). ,,Waarom zou ik die dader zijn schuld kwijtschelden?”, is ons protest. Je kunt de dader met een gerust hart vrijuit laten gaan, want dat wil niet zeggen dat God hem of haar ook vrijuit zal laten gaan. God zal op een eerlijke manier met hen afrekenen – iets waartoe wij niet in staat zijn.
Als je daders niet vrijuit laat gaan, zit jij zelf aan hen en aan het verleden vast, en dat betekent ook in de toekomst voortdurende pijn voor jezelf. Stop die pijn! Laat het los. Je vergeeft iemand niet alleen voor zíjn bestwil, maar ook voor jezelf, zodat je vrij kunt zijn. Het feit dat je moet vergeven is geen zaak tussen jou en de dader, maar tussen jou en de Vader.