De overdenkingen zijn voor iedere doordeweekse dag met toestemming van Harvest House Publishers en in overleg met GIDEON boeken overgenomen uit Iedere dag in Christus van Neil T. Anderson.
Een predikant kwam me op een dag opzoeken en zei: ,,Hoe kan ik mijn kerk uit?”
,,Waarom wil je weg?”, vroeg ik hem. ,,Wat is er mis met je kerk?”
,,Er zitten allemaal losers in mijn gemeente.”
,,Losers? Ik vraag me af of het echt losers zijn. Zou het kunnen dat ze zichzelf zien als losers, omdat hun voorganger hen zo ziet?”
Na wat heen en weer gepraat, was hij met me eens dat het laatste waarschijnlijk de juiste diagnose was. Er zijn namelijk geen losers in het koninkrijk van God – niet één. Hoe kan iemand ooit een kind van God een loser noemen? Het is belangrijk om zelf te geloven in je nieuwe identiteit als kind van God, maar het is net zo belangrijk dat je ook op die manier naar andere christenen kijkt en overeenkomstig met hen omgaat.
Ik geloof dat hoe we met anderen omgaan voornamelijk wordt bepaald door hoe we naar anderen kijken. Als we mensen zien als losers, dan zullen we ook geloven dat ze losers zijn. En als we dat geloven, dan zullen we ze ook zo behandelen. Vervolgens zullen ze ons gedrag gaan weerspiegelen en zich ook als losers gedragen. Maar als we onze broers en zussen in Christus zien als verloste, rechtvaardige heiligen, dan zullen we hen ook als heiligen behandelen en daardoor is het voor hen ook makkelijker om zich als heiligen te gedragen.
Toen Paulus de weggelopen slaaf Onesimus tot Jezus leidde, stuurde hij hem terug naar zijn meester Filemon en schreef hij Filemon een brief om hem als broer te aanvaarden (vers 16). We moeten alle gelovigen – in welke sociale categorie ze zich ook bevinden – zien en behandelen als geliefde broer of zus. Petrus leerde echtgenoten om hun vrouwen te behandelen als mede-erfgenaam van de genade van het leven (1 Petrus 3:7). Je huwelijkspartner, ongeacht zijn of haar fouten – is je geestelijke gelijke en moet als zodanig behandeld worden.
Het Nieuwe Testament stelt duidelijk vast dat we allemaal heiligen zijn die zondigen. Ieder kind van God die zegt dat hij niet zondigt, is een leugenaar (1 Johannes 1:8). We moeten ons echter niet richten op elkaars zonden, maar op elkaars diepste wezen, namelijk dat we in Christus zijn. We moeten in elkaar geloven als heiligen, en elkaar opbouwen.